Een implantaat is soort kunstwortel. Het vervangt een afwezige tandwortel; het deel van een tand of kies dat in de kaak zit. Een implantaat wordt als een schroef in de kaak aangebracht. Bovenop het implantaat kan een kroon, een brug of een overkappingsprothese worden geplaatst.

Wanneer heb je een implantaat nodig?

Een implantaat kan een tand of kies vervangen, of dienen als ‘pijler’ voor een brug of prothese. Een implantaat kan worden geplaatst als een kroon of brug niet mogelijk is, bijvoorbeeld als er te weinig geschikte ‘pijlers’ zijn om de brug op te bevestigen, of als een kroon niet mogelijk is omdat de tand of kies te beschadigd is. Er zijn meerdere manieren mogelijk:

  • Ontbreekt er één tand of kies, dan wordt een implantaat ter plaatse van het ontbrekende gebitselement in de kaak geplaatst. Daarop wordt een kroon van keramiek of een combinatie van keramiek met metaal vastgezet.

  • Ontbreken er enkele tanden of kiezen, dan worden twee of meer implantaten geplaatst. Daarop wordt een vaste brug gemaakt, die de ontbrekende tanden of kiezen vervangt.

  • Ontbreken alle tanden en kiezen, dan kunnen er twee of meer implantaten worden geplaatst. Daarop worden knopjes of staafjes gemaakt waarop een overkappingsprothese vastklikt. Deze prothese is uitneembaar, maar zit wel veel vaster dan een normale gebitsprothese.